Ik zie ik zie wat jij niet ziet

Door: Gerjanne Hoekstra4 februari 2020

Wie mij goed kent, weet dat ik op twee plekken woon. Ik wissel Leeuwarden af met het platteland van Friesland. Handig is anders, maar het wordt zo in ieder geval nooit saai. Bij Noordtij wisselen we in ons werk ook regelmatig van omgeving. Zo zijn we de ene keer in gemeente Heerenveen en de andere keer in gemeente Ommen. Dat wordt ook nooit saai. Sterker nog, het is erg leerzaam en inspirerend!

Laatst las ik in Trouw een essay over geluidshinder rond Schiphol. Om te bepalen welke klachten over geluidshinder of overlast gegrond zijn, gebruikt Schiphol vooral cijfers. Wonen mensen binnen een bepaalde zone? Hoeveel decibel wordt er gemeten? Hoeveel vliegtuigen vliegen over? Val je niet binnen het gestelde kader van cijfers, dan telt de door jou ervaren overlast niet mee.  

Misschien klinkt dat wat vreemd, maar zo gek blijkt het niet te zijn. In veel gevallen gaan we op zoek naar kaders om zaken te definiëren en een plek te geven. Het helpt ons om te bepalen wat er aan de hand is, of we er wat mee moeten doen en wat we eraan kunnen doen. Heel vaak kan dat ook best, maar zodra iets gaat over eigen ervaringen of beleving wordt het lastig. Want wat de één als extreme overlast ervaart, merkt de ander niet eens op.

Ik merk dat zelf ook, nu ik afwissel tussen de stad en het platteland. Een poos terug viel in Leeuwarden een brief op de mat waarin stond dat er bij mij om de hoek mogelijk een nieuw appartementencomplex komt. Dit complex wordt zo hoog, dat het boven de andere panden uittorent. Bovendien past het, wat mij betreft, niet bepaald bij het beschermd stadsgezicht. Om over de schaarste van parkeerplekken en eventuele waardevermindering van mijn woning nog maar te zwijgen. Maak ik mij hierover zorgen? Ben ik bang voor overlast? Tja, een beetje. Ik heb liever dat het complex er niet komt. Maar als ik eerlijk ben, onderneem ik hiertegen weinig actie.

Aan de andere kant van Friesland staat de boerderij van mijn vriend naast een veld waarop een aantal maanden per jaar gladiolen worden geteeld. Het afgelopen jaar was in het nieuws dat de bestrijdingsmiddelen die worden gebruikt voor de teelt van bolgewassen als lelies en gladiolen gezondheidsrisico’s met zich kunnen meebrengen voor omwonenden. Wij zijn door de boer dan ook geadviseerd onze ramen dicht te houden als ze de bestrijdingsmiddelen over het land sproeien. Bovendien zijn er afspraken gemaakt over wanneer en hoe vaak deze boer mag sproeien. Of de boer zich daar aan houdt, is een tweede. Hier maak ik me wél druk om. En niet zo’n beetje ook. Alleen al over deze kwestie zou ik met gemak een blog kunnen schrijven. Ik maak mij zorgen; ervaar overlast.

Twee situaties waarin (mogelijke) overlast aan de orde is. Het appartementencomplex staat ter discussie, maar de gladiolenteelt past binnen het beleid. Kijkend naar de objectieve kaders ‘mag’ ik mij dus druk maken om het appartementencomplex, maar niet om de gladiolenteelt. Maar zo is het niet. Hoe komt dat? Ik denk dat het uitmaakt in hoeverre ik mij verbonden voel met de plek of het thema. Mijn toekomst ligt niet in Leeuwarden en ik heb meer met gezondheid dan met ruimtelijke ontwikkeling. Zo is dat voor alle inwoners; hoe je iets ervaart ligt, onder andere, aan wie je bent, aan wat volgens jou een goed leven is, aan de binding die je hebt met de plek waar je woont en de thema’s die jij belangrijk vindt.

In beide gevallen is er aangeklopt bij de gemeente en ik hoop dat mijn ervaringen serieus worden genomen, ondanks eventuele kaders. Tjeerd Andringa, universitair docent Auditory Cognition, geeft in het essay in Trouw aan dat voor Schiphol de enige effectieve aanpak is om mensen serieus te nemen in hun klachten en proberen wat aan de situatie te doen. Zeg niet tegen klagende mensen dat ze geen overlast kunnen hebben omdat uit cijfers blijkt dat dat niet terecht is. Iemand die bij Schiphol woont zegt: “Schiphol moet ophouden met het objectiveren en wegcijferen. Op die manier creëer je geen band met je buren”.

Kortom: Wil je een goede band met je inwoners en oprecht weten wat er speelt? Luister dan goed, zonder hetgeen wat je hoort direct al in een hokje te stoppen of te kijken of dit wel past bij het kader of de definitie die je vooraf had bedacht. Dus óók als inwoners iets delen waar je denkt niks mee te kunnen of waarvan je denkt dat het niet gegrond is. Doe je dat niet, is het risico dat je de mogelijkheid tot dialoog met inwoners snel verliest.

De afgelopen én komende tijd ondersteun(d)en wij vanuit Noordtij verschillende gemeenten met het opstellen van de omgevingsvisie. Het bovenstaande advies is erg bruikbaar voor het proces om tot een omgevingsvisie te komen. De omgevingsvisie gaat over hoe we ervoor zorgen dat het ook in de toekomst prettig leven is op een bepaalde plek. Dus hoe mensen hun omgeving (later denken te) ervaren. En niet (in de eerste plaats) om cijfers en kaders. Als we een goede, herkenbare en bruikbare omgevingsvisie willen, moeten we écht luisteren naar wat inwoners ervaren, welke zorgen ze hebben en welke uitdagingen ze zien. En dan laten we de cijfers thuis. Een prima uitgangspunt, waar onze aanpak goed bij aansluit.

Meer weten over onze aanpak voor de omgevingsvisie of soortgelijke processen? Neem contact met ons op.

Terug naar overzicht